Wedstrijdsport: Springonderdelen

Bij het springen gaat het om het zo hoog of het zo ver mogelijk springen. Daar zijn binnen de atletiek de volgende springonderdelen voor: hoogspringen, polsstokhoogspringen, verspringen en hink-stapspringen.

Hoogspringen
De atleet moet bij het hoogspringen over een lat springen die op een bepaalde hoogte ligt. Lukt het niet dan heeft de atleet nog 2 pogingen. Na een geslaagde poging gaat de lat een vooraf bepaald aantal centimeters omhoog en heeft de atleet weer 3 pogingen.

Polsstokhoogspringen
Een van de moeilijkste onderdelen van de atletiek is het polsstokhoogspringen. Door gebruik te maken van een polsstok probeert de atleet over een lat te springen die op een grote hoogte ligt. Belangrijke aspecten bij dit onderdeel zijn kracht, snelheid, coördinatie, techniek en durf.

Verspringen
Na een lange aanloop zal de atleet bij de afzetbalk afzetten en proberen zo ver mogelijk van de die balk in het zand te landen. Een goede verre sprong wordt mogelijk als de in de aanloop ontwikkelde snelheid door de afzet wordt omgezet in gecontroleerde vlucht door de lucht.

Hink-stapspringen
De atleet eindigt bij het hink-stapspringen ook met een sprong in de zandbak. Maar voor de sprong worden er eerst nog een hink en een stap uitgevoerd. Met deze hink, stap en sprong worden afstanden gesprongen van meer dan 17 meter.

Hoogspringen

Hoogspringen

Verspringen

Verspringen

Polsstokhoogspringen

Polsstokhoogspringen

Hink-stapspringen

Hink-stapspringen

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.