Thorleden in het nieuws (krantenartikel BNdeStem)

a80647057i0021_320x

Lachend op weg naar Rio

BESTEMMING RIO ROOSENDAAL

Of ze als klein meisje al droomde van de Olympische Spelen? Elizeba Cherono schudt giechelend maar vriendelijk haar hoofd. “Nee, helemaal niet. Ik was nooit met sport bezig. Het enige wat ik deed op school was een beetje handbal. Zelfs fietsen, deed ik niet. We hadden er thuis wel eentje, maar als meisje kreeg ik nooit de kans om erop te springen.”

Dat iedereen in het Westen denkt dat elke Keniaan al hardlopend de wereld wil veroveren, is volgens de altijd lachende ‘Chero’ een groot misverstand. “Toen ik op mijn negentiende begon met lopen, keken mijn vriendinnen me niet begrijpend aan. Waarom ga je hardlopen Chero? Je ouders zijn toch rijk. Hardlopen om geld te verdienen, dat werd bij ons gezien als jezelf straffen.”

In haar woning in Roosendaal vertelt Cherono (27) op geamuseerde en onderhoudende wijze over haar jeugd in Kenia en hoe ze via de liefde voor een student fysiotherapie uiteindelijk toch nog op de weg naar Rio is beland.

“We woonden in Kitale, een redelijk grote stad in het noordwesten van het land. Mijn vader was daar een grote boer. Mijn vijf zussen en twee broers kwamen nooit iets te kort. Na de lagere school, stuurden ze me naar een kostschool in (het zeventig kilometer verderop gelegen) Kapenguria. Dat betekende drie keer per jaar naar huis voor een grote vakantie. Meer niet.”

Hoewel Chero alle schoolwedstrijden won, peinsde ze er niet over om atlete te worden. “Zo leuk vond ik dat lopen niet.” Dat veranderde nadat ze op het einde van de middelbare school had besloten om politie-agente te worden. “Dat vond ik lekker stoer. Niet dat ik sterk genoeg was om te vechten, maar toch.” Een oom, die al agent was, gaf haar vervolgens de gouden tip. “Hij zei: Chero je moet gaan trainen, want bij iedere selectie nemen ze de drie snelste loopsters aan. Dat was kennelijk het bewijs dat je fit en gezond genoeg was om agent te worden.”

Chero begon te rennen in afwachting van de dag dat ze uitgenodigd werd voor een selectieloop. Ze trok zelf naar Iten, hét centrum van de Keniaanse atletiek. Tot ontzetting van haar vriendinnen begon ze nog lol te krijgen in het lopen ook. Die verging haar even bij de tweede wedstrijd die ze liep in Eldoret. “Ik kreeg last van mijn enkel, maar ging gewoon door. Stom natuurlijk.”

Ze zegt het met een brede lach. Achteraf bleek het immers de blessure die haar leven zou veranderen. Want wie ontfermde zich over het gekwetste enkeltje? Menno Franken, een student fysiotherapie uit het West-Brabantse Sprundel, die stage liep in Iten. Van het een kwam het ander. “Met die enkel was trouwens niets ergs aan de hand. Gewoon rusten. En ik ben ook nooit meer naar die selectietraining van de politie gegaan.”

Toen Franken na zes maanden terug naar Nederland ging, had de verliefde Chero nog niet het idee om zich te storten op een internationale carrière als atlete. Dat kwam pas nadat ze in 2011 in Venlo de halve marathon had gewonnen. “Toen dacht ik: waarom blijf ik niet hier om een goede atlete te worden? Maar met de Spelen of zo was ik totaal nog niet bezig.”

Dat kwam pas veel later toen een aantal dingen samen kwamen: snelle tijden en het uitzicht op een Nederlands paspoort. Dat laatste kreeg ze vorige maand. “Ook mijn moeder was blij, al vroeg ze of ik nu nog wel haar dochter blijf.” In haar hart zal ze altijd Keniaanse blijven, maar ze wordt ook met de dag Hollandser. “Ik hou van gebakken aardappeltjes”, klinkt het stralend. “Ik mis eigenlijk alleen de verse groenten uit onze tuin in Kitale.” De woorden komen rap en speels uit haar mond. “Ik noem mezelf altijd een klein papegaaitje”, giechelt ze. Pas als de fotograaf haar bij het maken van de foto vraagt niet te lachen, valt ze van verbazing stil. Chero en niet lachen. Ze zou niet weten hoe ze anders Rio moet halen.

Cherono straalt als haar wordt gevraagd naar haar vorm. “Die begint te komen. De trainingen gaan weer soepeler dan een maand geleden.” Eindelijk verlost van een kuitblessure, voelt de Thor-atlete zich bevrijd.

De limiet voor Rio? “Geen probleem”, antwoordt ze. “Er zit een 31’er in.” Die moet ze dit voorjaar lopen in Leiden. Het wordt wel de eerste keer dat ze die afstand op de baan loopt. “Ik houd er alleen niet van om op spikes te lopen. Als ik daar op loop krijg ik snel last van mijn hamstrings.”

Veel verder dan die ene race in Rio gaan haar ambities op de 10 kilometer ook niet. “Ik wil daar een mooie race en een goede tijd lopen.” Wat is goed? “Nog sneller dan die 31’er. Daarom moet ik in Leiden nog niet op mijn best zijn.”

Of die snelle tijd goed is voor een medaille betwijfelt Cherono. “Ook in de toekomst niet. Daarvoor mis ik de snelheid. Mijn kracht ligt op de langere afstanden. Het liefst had ik in Rio de halve marathon geloppen. Die staat echter niet op het programma. Dan de 10 kilometer maar. De ervaring van Rio zal goed van pas komen als ik me over vier jaar (in Tokio) weet te plaatsen voor de marathon. Nu ben ik nog niet klaar voor die afstand.”

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten