‘Mond houden en volgen maar’ (THOR atleet Jeroen van Damme in BNdeStem)

a132385830i0016_320x

Jeroen ‘de haas’ van Damme neemt vrouwen in Rotterdam graag op sleeptouw

ROOSENDAAL/ROTTERDAM

Jeroen van Damme is sinds vorig jaar een bekende ‘haas’. De Roosendaler neemt morgen de vrouwen weer op sleeptouw in de marathon van Rotterdam.

AD PERTIJS

‘Ik had meer last van mijn nek dan van wat anders’, zegt Jeroen van Damme lachend als hij terugkijkt op de marathon van Rotterdam van precies een jaar geleden. Voortdurend moest hij omkijken of Letebrhan Haylay Gebreslasea nog in zijn spoor zat. Voor het oog van de televisiecamera’s leerde Nederland die dag Jeroen van Damme pas goed kennen. ,,Ik heb nog nooit zoveel zendtijd gekregen’, glimlacht de 44-jarige Roosendaler.

Met zijn typisch grote passen en breed uitgezette armen leek het of hij zich liefdevol ontfermde over een kleine Ethiopische atlete, die in leidende positie op weg was naar de Coolsingel. Nummer twee en landgenote Sutume Asefa Kebede volgde op twee minuten. ,,Soms in de finale probeer je iemand nog te stimuleren om er alles uit te halen. Daarvoor niet. De eerste dertig kilometer moeten ze gewoon hun mond houden en mij volgen. Vrouwen hebben de neiging om onderweg te pushen. Dan rem ik ze af.”

Nee, met die aardige haas Jeroen van Damme ga je onderweg niet kuieren. Uiteindelijke loodste hij Gebreslasea naar een winst in een tijd van 2.26.15. Drie seconden later finishte Van Damme als eerste Nederlander. Dit opmerkelijke feit maakte die dag zijn rol als haas nog mooier. ,,Ik vond het gewoon een schande dat ik de beste Nederlander was”, stelt hij nuchter.

Ambitie
Het was in ieder geval niet zijn ambitie om een zelf een zo snel mogelijke tijd te lopen. ,,Het hazen op zich is gewoon leuk om te doen”, zegt hij over zijn rol in de wedstrijd. ,,Vroeger was ik als atleet ook blij met een snelle haas. Dus ik weet hoe belangrijk het is om iemand voor je te hebben die je een strak tempo aangeeft.” Van Damme mag je gerust een kilometervreter noemen. ,,Ik ben er niet vies van nee”, zegt de Roo-sendaler over de lol van het lopen van lange afstanden. Hoeveel marathons hij al achter zijn naam heeft staan? ,,Geen idee. Een stuk of 25 denk ik.” In 2005 knalde hij er in Rotterdam een 2.13.48 uit. ,,Toen werd ik min of meer gehaast door Kamiel Maase”, herinnert hij zich. ‘Rotterdam’ gold dat jaar ook als het NK en de 2.13.48 leverde Van Damme de zilveren plak op. Achter Maase. Twaalf jaar later gaat het bij Van Damme een minuutje of tien trager op de marathon. ,,Als je ouder wordt is het gemakkelijk om conditioneel te trainen dan op snelheid”, weet hij. Daarmee verlegde hij zijn ambities ongemerkt meer in de richting van het ‘hazen’. ,,Vroeger in mijn beste jaren haasde ik ook al. Omdat ik het toen al leuk vond om te doen. In die rol loopt je toch wat relaxter.”

Dat Van Damme een veelgevraagde haas is geworden voor vooral de vrouwen, is niet meer dan logisch. ,,Bij de mannen gaat het een stuk harder. Tot de ‘halve’ hazen in 1.04 lukt me gewoon niet. De tijd van de vrouwen kan ik nog wel aan.” Hazen heb je daarnaast in vele soorten en maten. Om zoals morgen een topper naar een tijd rond de 2.04 of 2.05 te loodsen heb je mannen nodig die de halve in 1.01 kunnen gidsen. Die zijn er niet veel. Veelal worden daarvoor jongere Afrikanen ingezet, die vanuit hun snelheid nog bezig zijn toe te groeien naar de marathon. Geen veteranen zoals Van Damme dus. Daarnaast moet voor de ware toptijden een estafette aan hazen worden ingezet. Ze starten samen, maar de een na de andere haakt na zijn deel van het kopwerk af. ,,Een goede haas gaat mee tot de 30, 35 kilometer, daarna moeten de toppers het zelf doen”, weet Van Damme. ,,In het tempo van de vrouwen kan ik mijn marathon ook uitlopen”, zegt Van Damme. ,,Je kunt wel uitstappen bij 35 kilometer, maar je zult toch bij de finish moeten zien te komen. In een winderige polder loop ik dan net zo lief door. Je kunt ook op een busje wachten, maar voor dat er is, ben ik er net zo snel lopend.”

Morgen gaat Van Damme weer de eerste vrouwengroep hazen. De tactische voorbereiding erop is simpel volgens hem. ,,De dag voor de marathon krijg ik te horen op welke tijd ik weg moet gaan. Daarna word ik voorgesteld aan de atlete die ik moet hazen. Dan weet ze gelijk ook wie ze moet volgen.” Zelf prent hij vooral het startnummer van de atlete in zijn hoofd. ,,Vooral bij de start kan het er rommelig aan toe gaan. Dan is het even zoeken naar wie je mee moet nemen en zoeken naar het juiste tempo. Op dan moment moet je er voor zorgen dat je loper niet in paniek raakt. Als we na zo’n twee kilometer over de brug komen kom je in de fase dat het alleen nog maar stabiel lopen en volgen is.” Vorig jaar ging Van Damme aanvankelijk als eerste haas op pad met Andrea Deelstra. Halverwege meldde Gebreslasea zich plots aan het front. Vanaf toen mocht zij de Roosendaler volgen. Of zo’n wisseling lastig is voor de haas? ,,Het is niet zo dat je onderweg een band of zo opbouwt met een loopster. Er wordt weinig gesproken. Alleen dus op het einde als het lastig wordt.” De twee kwamen vrij onbewogen over de finish. ,,Ze zal wel te moe zijn geweest om te juichen. Ik heb haar direct na de finish nog wel gefeliciteerd, maar daarna heb ik haar niet meer gezien. Ze was druk met alle verplichtingen. Van mij hoeft dat ook niet. Ik ben gewoon de haas die doet wat hij moet doen.”

Boekenlegger op de permalink.

Reacties gesloten